De toestand in Oost-Congo is zodanig verschrikkelijk dat een geloofwaardige, internationale militaire overbruggingsactie zich opdringt, in afwachting van een versterking van de MONUC. Dat stelt Lijst Dedecker (LDD). Voor LDD zijn onze militairen geen Leger des Heils, maar zijn ze allen beroepsvrijwilligers van wie wordt verwacht dat ze in zulk geval hun job en niets anders dan hun job doen.
Stef Goris, defensiespecialist van LDD en voormalig lid van de Rwanda-commissie: "Onze soldaten werden niet opgeleid en worden niet betaald om de vaat te doen in de officierenmess van de Britten of de Fransen. Ze moeten worden ingezet, goed uitgerust en voldoende zwaar bewapend in functie van hun eigen veiligheid. Ze moeten beschikken over een zo ruim mogelijk mandaat en kunnen enkel worden gestuurd in een coalitie van sterke en absoluut betrouwbare bondgenoten."
De toestand ter plaatse is zo ernstig dat deze operatie minimaal moet plaatsvinden onder Europese vlag.
Goris: "Het is zelfs aangewezen dat Europa de actieve steun vraagt van de Verenigde Staten, zoals voorzien in de Berlijn-plus akkoorden."
Geen slachtoffer van besluiteloosheid
De Belgische troepen mogen in geen geval het slachtoffer worden van de besluiteloosheid van de federale regering, die over Congo reeds maanden een dubbelzinnige politiek voert.
Goris: "Daarom kunnen ze enkel onder Europese vlag uitgezonden worden en moeten ze de burgerbevolking beschermen tegen alle agressoren, het regeringsleger incluis."
Tot slot onderlijnt LDD de dringende noodzaak van een herziening van de staatkundige inrichting van de Democratische Republiek Congo.
"Dit immense en erg diverse land is nu al decennia verscheurd en volstrekt onbestuurbaar. Een grotere autonomie en meer verantwoordelijkheid voor de grote provincies moet bespreekbaar worden op internationaal vlak," besluit Stef Goris.
