Het federale parlement heeft in december 2008 een wet goedgekeurd die het gebruik van menselijke cellen en weefsels regelt. Deze Belgische wet is veel strenger dan de oorspronkelijke Europese richtlijn. Lijst Dedecker (LDD) wees in maart al op de nefaste gevolgen van de wet: biomedische bedrijven zullen voor de productie naar het buitenland uitwijken (zie hier).
Vandaag is het dan zover: het Vlaamse biotechbedrijf TiGenix wijkt voor zijn productie van een kraakbeenmiddel uit naar Nederland om te ontsnappen aan de nodeloos strenge wetgeving.
Lieve Van Ermen, senator LDD: "Biomedische bedrijven, zoals bijvoorbeeld TiGenix, gebruiken cellen van de patiënten zelf om op te kweken tot nieuw kraakbeen. Dat is in België toegestaan. Maar de toekomst ligt bij het opkweken van stamcellen van andere personen tot kraakbeen. En dat mag niet in België."
Une histoire Belge
Het toeval wil dat TiGenix afgelopen vrijdag een positief advies kreeg van het Europese geneesmiddelenagentschap EMEA om het kraakbeenmiddel ChondroCelect te commercialiseren. Maar het middel zal in Nederland worden geproduceerd. Te absurd voor woorden, zegt LDD.
Van Ermen: "Enerzijds investeert de Vlaamse Regering massaal in biotechnologisch onderzoek om het tot een speerpunt van onze toekomstige economie te laten uitgroeien. Anderzijds, als we een doorbraak realiseren en het moment van commercialisering is aangebroken, zoals nu het geval is met TiGenix, dan dwingt de Belgische wetgever onze biotechbedrijven om in een ander land te gaan produceren. Dat land gaat dan met de economische vruchten van onze Vlaamse onderzoeksinspanning gaan lopen."
Waar is de bijsturing van Onkelinx?
Minister Onkelinx (PS) van Sociale Zaken en Volksgezondheid heeft in maart beloofd de wet tijdig te evalueren en bij te sturen, om te voorkomen dat bedrijven zouden uitwijken.
Van Ermen: "Nu hoor ik helemaal niks meer van de Minister, en ik vraag me af waar die evaluatie heeft toe gediend, voor zover die gebeurd is. En waar blijft de noodzakelijke bijsturing van de wet? Als TiGenix het eerste bedrijf is dat voor zijn productie uitwijkt naar Nederland, het zal zeker niet het laatste zijn. Ons land dreigt hierdoor zijn voorsprong in de celtherapie te verliezen. Ook de Belgische patiënt dreigt het kind van de rekening te worden. Onze knowhow gaat dan naar het buitenland. En er is de economische impact. De productiesite in Nederland levert 50 jobs op. Dat hadden vijftig Vlaamse jobs moeten zijn," besluit Lieve Van Ermen.
