Jean-Marie Dedecker ondervroeg donderdag minister van Justitie De Clerck over de zaak-Wijffels.
Dedecker: "Er zijn twee criminelen die het land verlaten. De overheid betaalt hun vliegticket en geeft er nog 250 euro zakgeld bij. En dat is dan niemand zijn schuld."
Jean Marie Dedecker:
Mijnheer de voorzitter,
er is al veel gezegd. Het kan dus wel iets bondiger. Ik heb, net als de bevolking, echter soms de indruk dat wij hier op justitieel vlak in Absurdistan leven. Twee jeugdige criminelen - niet zomaar criminelen, het gaat over mensen die iemand anders de keel oversnijden - betaalt men een vliegtuigticket, men geeft hen nog 250 euro zakgeld, men laat hen met de noorderzon vertrekken en men ziet hen niet meer terug.
Daarna gingen de paraplu's open. Mijnheer de minister, u zegt dat het niemands fout is. Pontius Pilatus wordt van stal gehaald. Als het niemands fout is, dan scheelt er iets aan het systeem. Het systeem, dat is de wetgevende macht, waarvoor wij verantwoordelijk zijn. U bent, als minister van Justitie, echter absoluut verantwoordelijk om wetten in te dienen om daaraan iets te doen.
Ik meen echter dat er wel verantwoordelijkheden zijn. Collega Laeremans heeft de fout al voor een stuk bij het parket gelegd. Andere collega's leggen de fout bij de procureur, maar als de jeugdrechter beslist om iemand vrij te laten, dan komt hij toch automatisch onder toezicht van de sociale dienst van de jeugdrechtbank? Dan krijgt hij een consulent of een consulente, die twee taken heeft. U moet mij terechtwijzen als het niet klopt, mijnheer de minister.
Ten eerste, toezicht houden. U hoort het goed collega's, toezicht houden. Ten tweede, een maatschappelijke enquête doen over de familiale toestand. Misschien kwam de consulent van Mars, en wist hij niet dat de asielaanvraag al afgewezen was in de maand augustus. Waar is het rapport daarover? U kunt het rustig nakijken, mijnheer de minister. Iedereen was in principe op de hoogte van die familiale toestand en het feit dat die mensen weg wilden, zowel DVZ, het parket, als de jeugdconsulent.
Ik heb twee concrete vragen. De andere collega's hebben mijn andere vragen al gesteld. Waarom werd de jeugdrechter niet verwittigd van het verblijfsstatuut van de Oekraïense familie en de toestand van uitwijzing? Dan had hij namelijk kunnen ingrijpen. Waarom stond dat niet in het maatschappelijk verslag? Waarom werd er nooit gevraagd - dat is heel cruciaal - om de familie in België ter beschikking te houden? Dan had DVZ verwittigd kunnen worden, al gebeurt dat soms met de tamtam. Ik hoor dat men daar nog met fichesbakken werkt. De jeugdconsulenten hebben nog geen gsm. Er bestaat ook geen permanentie. Dat is het systeem. Daaraan kunt u absoluut iets doen, maar ik zou concrete antwoorden op mijn vragen willen.
(...)
Minister Stefaan De Clerck: Mijnheer de voorzitter, collega's, als ik mij gisteren boos heb gemaakt en heb gezegd dat er de laatste tien jaar niets is gebeurd - zoals een krantenkop vandaag titelt -, is dat niet om te zeggen dat Jo Vandeurzen niets zou hebben gedaan. Integendeel, hij heeft onvoorstelbaar veel initiatieven genomen, op basis waarvan ik kan verdergaan.
Is dat omdat ik als eerste reactie op mijn vraag aan het parket-generaal naar wat verkeerd is gelopen, een brief van mezelf krijg van 1997 waarin ik vraag wanneer dat probleem zal worden opgelost? Word ik kwaad omdat initiatieven die ik in 1997 heb opgestart, die inderdaad hebben geleid tot werkgroepen en bepaalde besprekingen in overleg met de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, naderhand stilgevallen zijn en daarmee niets meer is gebeurd?
Dan maak ik mij inderdaad boos en vraag ik mij af hoe dat mogelijk is. Ik doe dat in algemene termen, en niet om mijn collega's die na mij zijn gekomen op Justitie na mijn verdwijning op 23 april 1998, met de vinger te wijzen en te zeggen dat zij persoonlijke fouten hebben gemaakt.
Helemaal niet, maar het is inderdaad een feit dat dit een dossier is dat ik destijds heb opgestart, dat is stilgevallen en waarvan we vandaag worden geconfronteerd met de problemen.
Wat is er in dat dossier gebeurd? De jeugdrechtbank heeft op zich behoorlijk gefunctioneerd in de behandeling van dat dossier. Die ene jongere heeft 10 maanden en de andere 15 maanden in diverse instellingen doorgebracht. Het dossier werd onderzocht, heropend, er werden bijkomende vragen gesteld, er zijn diverse onderzoeken gebeurd. Het dossier was af en kon in principe in februari of maart worden behandeld. Op zich is dat correct verlopen.
Er zijn een aantal beslissingen genomen vanuit de jeugdrechtbank, toen ze op vrije voeten zijn gesteld. Dat zijn de klassieke initiatieven die worden genomen binnen de beschermende sfeer van een jeugdrechtbank. Een jeugdrechtbank volgt een eigen logica, heeft een eigen wetgeving en heeft eigen diensten. Er zijn voor de minderjarigen terecht een aantal uitzonderingen op het algemene systeem, zoals het functioneert voor Justitie in het algemeen.
Tegelijkertijd ziet men dat ook de Dienst Vreemdelingenzaken zijn job heeft gedaan, op de normale manier. Men heeft de ouders, waartegen geen procedures liepen, gezegd dat ze moesten vertrekken. Het dossier is op een normale manier behandeld, het bevel om het land te verlaten is op een normale manier betekend en op een bepaald ogenblik zijn ze ook op vrijwillige basis naar het buitenland vertrokken. Collega Arena is daarvoor mede verantwoordelijk.
Er is dus de paradox dat tussen die twee behoorlijk functionerende diensten geen synchronisatie heeft plaatsgevonden. Er is geen overleg geweest en er is geen informatie doorgestroomd. Die informatie stroomt wel door iedere keer dat een meerderjarige in de gevangenis terechtkomt. Die informatie wordt doorgegeven aan de DVZ. Iedere keer dat iemand wordt veroordeeld, wordt de informatie doorgegeven aan de DVZ. Iedere keer dat er vaststellingen gebeuren naar aanleiding van administratieve of politionele controles worden er administratieve verslagen gemaakt. Collega Turtelboom zal dat kunnen bevestigen. Er zijn dus diverse informatiekanalen waarlangs het dossier door de DVZ kan worden opgevolgd, aan de hand van justitiële informatie. Die lijnen lopen.
Wat is er niet georganiseerd? Dat is de problematiek van jeugdrechtbanken en de behandeling van dossiers aldaar. De instellingen waarin de jongeren terechtkomen, worden niet als een gevangenis beschouwd en zij sturen dus geen informatie door. Er is geen veroordeling geweest in het dossier, dus is er ook geen informatie vanuit die hoek doorgestuurd. Er zijn geen andere vaststellingen door de politie gedaan in de verdere behandeling, zodat er ook geen dossier is vanuit die hoek. Dat is niet geregeld. Er is geen enkele richtlijn of wetgeving die daarin voorziet. In die zin is er geen fout gemaakt in de letterlijke zin van het woord door een richtlijn of een wetgeving niet na te leven. Die verplichting bestaat als dusdanig niet.
Als u nu vraagt of het parket of de behandelende magistraat niet beter zelf een initiatief had genomen, dan zou ik daarnaar een onderzoek kunnen verrichten. Dat zou wel kunnen uit eigen initiatief. Dat onderzoek zal ik graag laten plaatsvinden, maar men kan niet a priori beweren dat wettelijke bepalingen of richtlijnen niet zijn nageleefd. Daarop zeg ik formeel, nee, dat bestaat dus niet.
Er zijn verschillende vragen gesteld omtrent dit dossier. Wat zal het antwoord zijn in eerste instantie? Ik heb daarover uiteraard contact opgenomen met collega Turtelboom en collega Arena, die daarbij betrokken zijn. Er moet een nieuwe regeling worden opgesteld over de informatiedoorstroming tussen de diensten. Dat is evident.
Ik keer terug naar 1997. Ik mag herbeginnen op de plek waar ik in 1997 bezig ben geweest.
Dat is de realiteit. Er moet een richtlijn gemaakt worden in welke categorieën, en vanaf welk ogenblik, die informatie doorstroomt. Er moeten afspraken worden gemaakt inzake mensen die een dossier hebben bij DVZ, om ze niet uit te wijzen, maar vooral te maken dat zij in het land blijven.
Vanaf morgen worden die overlegrondes gestart. Wij zullen moeten bepalen hoe wij er ten aanzien van minderjarigen mee omgaan. Ik meen dat wij zorgvuldig moeten kijken hoe dat gepreciseerd wordt. Wij zullen ook moeten kijken hoe wij met lopende dossiers, dossiers waarin nog geen veroordeling is, zullen omgaan.
Het punt maakt dus voorwerp uit van een verdere behandeling.
Ik wil hier nog enkele elementen aan toevoegen. De familie van de betrokkene is voortdurend geïnformeerd gebleven. Uit het dossier blijkt dat er slachtofferzorg geweest is en dat er zeer veel contacten geweest zijn. Die jongeren zijn nog altijd minderjarig. Er is geen beslissing tot uithandengeving. In principe komen zij op korte termijn voor de jeugdrechtbank, die over maatregelen zal beslissen.
Kunnen die jongeren hierheen gehaald worden? Dat zal zeer moeilijk zijn, maar ik laat nu onderzoeken wat de mogelijkheden nog zijn. In principe wordt voor minderjarigen een uitlevering niet zomaar aangevraagd of toegekend. Daarenboven, als zij de Israëlische nationaliteit hebben, zoals volgens mijn informatie het geval is, is de vraag of Israël eigen onderdanen zal uitleveren. Dat lijkt mij niet evident. Ik reserveer mijn antwoord wat dat betreft dus voor later, na onderzoek bij Buitenlandse Zaken.
Samengevat, vanaf morgen zitten wij aan tafel om richtlijnen uit te vaardigen die de contactlijnen herstellen. Ik onderzoek ook verder hoe men in jeugdrechtbanken en bij de sociale diensten meer initiatieven kan nemen, om los van de richtlijnen en de wetgeving ter zake, meer assertief op te treden.
(...)
Jean Marie Dedecker:
Mijnheer de minister,
ik hoop dat het land zich even sterk verwonderd over uw terugkeer als uzelf. Dat zal blijken uit de eerste maanden. Als lid van de oppositie doet het deugd u te horen toegeven dat de heren Van Parys, Vandeurzen en Verwilghen, en mevrouw Onkelinx er niets van terecht hebben gebracht.
Wat is echter de essentie van de vraag? U hebt daarop niet geantwoord. Het gaat over toezicht. Jeugdige criminelen komen vrij en staan onder toezicht, letterlijk. Daarvoor dient de sociale dienst. Waarom heeft die sociale dienst niet gewerkt? Er moet daarover een maatschappelijk verslag bestaan. Waarom moet er toezicht zijn? In de voorwaarden stond dat zij naar school moesten, niet meer mochten gaan boksen en uit de omgeving van het slachtoffer moesten blijven. Er is geen toezicht als hun een vliegtuigticket wordt gegeven en 250 euro drinkgeld zodat zij konden vertrekken. Zeg mij eens klaar en duidelijk waarom dat niet is gebeurd? Daarover gaat het. Dat moet worden onderzocht. Daar zijn de fouten gemaakt. Ik zal het hier niet meer hebben over het parket. Waarom is die familie niet ter beschikking gesteld? Waarom heeft men niet meer toezicht gehouden? Dat is de essentie van mijn vraag.
